Details beter in beeld – methoden voor beeldvergroting in de X-AQS-röntgensoftware

 

Digitale röntgenfoto’s onderscheiden zich van analoge röntgenfoto’s door hun efficiëntie, lagere stralingsdosis en hogere beeldkwaliteit. De röntgenfoto’s kunnen direct op de computer digitaal worden bewerkt, vergroot en opgemeten. Met name de beeldvergroting is een belangrijk hulpmiddel om zelfs de fijnste structuren op de foto te kunnen ontdekken.

Onze röntgensoftware X-AQS biedt verschillende mogelijkheden om een opname te vergroten, die elk geschikt zijn voor verschillende toepassingen.

In dit artikel willen we de belangrijkste vergrotingsmethoden van elkaar onderscheiden en hun toepassing in X-AQS toelichten, zodat u voor uw volgende opnames het best mogelijke resultaat kunt behalen. De hieronder gepresenteerde zoommogelijkheden en de uitvoering daarvan gelden zowel voor de X-AQS-software voor de humane geneeskunde als voor de diergeneeskunde.

De 100%-zoom

Bij weergave met een zoomfactor van 100 % komt elke beeldpixel overeen met één monitorpixel. Dit is de best mogelijke zoomfactor voor een beoordeling, aangezien er geen interpolatie van de pixelgegevens plaatsvindt. Indien nodig kunnen ook zoomfactoren van 200 % of 400 % worden gebruikt. Zoomniveaus die geen veelvoud van 100 zijn, bijvoorbeeld 175 %, 220 % enz., kunnen echter de beeldweergave vertekenen en moeten bij de diagnose worden vermeden.

De 100%-zoom in X-AQS uitvoeren

Om de weergave in X-AQS uit te voeren, klikt u op het veld Weergave en selecteert u onder Afbeelding zoomen de optie Inzoomen op 100 %. Als alternatief kunt u ook de sneltoets CTRL + H of het vergrootglas in de bovenste balk gebruiken. Als u de vergrotingsfactor op alle geopende afbeeldingen wilt toepassen, gaat u onder Weergave naar Alle afbeeldingen vergroten of drukt u op CTRL + Shift + H.

100 prozent neu

De 1:1-weergave

Bij röntgenopnames is de projectiegrootte groter dan de objectgrootte. De vergrotingsfactor wordt beïnvloed door de afstand tussen het object en de detector en de afstand tussen het brandpunt en de detector. Bij een 1:1-weergave komt de weergavegrootte van de röntgenfoto overeen met de werkelijke afbeelding van het object in het projectievlak. Om dit toe te passen, is het eenmalig nodig om de werkelijke grootteverhouding tussen de beeldschermmonitor en de detector via een kalibratie in te stellen. Selecteer hiervoor onder Tools de optie Monitorpixelresolutie instellen. Er verschijnt een veld met een streepje. Leg een liniaal op het scherm en meet de lengte van de streep. Indien nodig kunt u de weergegeven streeplengte met de schuifregelaar verkorten. Voer het resultaat in het daarvoor bestemde veld in en klik op OK. Hiermee is de kalibratie voltooid.

1 zu 1 neu 2

Uitvoering van de 1:1-weergave in X-AQS

Om de weergave in X-AQS uit te voeren, klikt u op het veld Weergave en selecteert u onder Afbeelding zoomen de optie Op werkelijke grootte zoomen. U kunt ook de sneltoetscombinatie CTRL + R gebruiken. Als u de vergrotingsfactor op alle geopende afbeeldingen wilt toepassen, selecteert u onder Weergave de optie Alle afbeeldingen zoomen of drukt u op CTRL + Shift + H.

1 zu 1 neu

De referentieafstandsmeting

In tegenstelling tot de 1:1-weergave, waarbij de objectgrootte in het projectievlak wordt gemeten, dient de referentieafstandsmeting om de werkelijke objectgrootte in het objectvlak te meten. Hoe dichter het te onderzoeken object zich bij de detector bevindt, hoe kleiner de vergrotingsfactor in de opname is. Hoe verder het te onderzoeken object zich van de detector bevindt, hoe groter de vergrotingsfactor is. Om de vergrotingsfactor te kunnen bepalen, is een referentieobject nodig, bijvoorbeeld een loden bolletje. Dit wordt samen met de patiënt geröntgend en moet zich op hetzelfde vlak bevinden als het te meten object – bijvoorbeeld bij onderzoeken van de wervelkolom op dezelfde afstand van de detector als de wervelkolom.

 

grafik helmut nl 2
grafik helmut nl 1

Uitvoering van de referentieafstandsmeting in X-AQS

Om de referentieafstandsmeting in X-AQS uit te voeren, klikt u in de rechterkolom op Meeteditor starten. Klik vervolgens op Referentieafstand instellen. Nu kunt u de diameter van uw loodbol als referentieafstand instellen.

referenzstrecke neu 3

Trek een lijn van de ene rand van de kogel naar de andere. Vervolgens verschijnt er een veld waarin u de werkelijke afmeting van de loden kogel kunt invoeren. Het systeem berekent automatisch de vergrotingsfactor.

referenzstrecke neu 1

Klik nu op Afstand’ en teken het traject in dat u wilt meten. De (r) achter de lengteaanduiding geeft aan dat de meting is uitgevoerd op basis van de eerder ingestelde referentie.

referenzstrecke neu 2